Voor velen staat dammen bekend als het bordspel. Bijna ieder gezin heeft wel een variatie van dit spel in huis. Het bord beschikt over 100 vakjes die verdeeld zijn onder de 10 rijen van 10. De vakjes zijn om en om licht en donker gekleurd. Bovenop de vakjes worden de damschijven geplaatst. Bij dammen wordt gespeeld met deze ronde damschijven. In totaal zijn het 40 damschijven waarvan 20 stuks een donkere kleur hebben en 20 stuks een lichte kleur hebben.

Het aantal spelers

Net zoals bij schaken zijn er twee spelers nodig om te dammen. Deze spelers horen tegenover elkaar te zitten, met in het midden het dambord. De ene speler speelt met de lichte schijven en de andere met de donkere stukken. Alle schijven worden op een donker vakje geplaatst. De spelers verdelen hun schijven over de vakken, maar in het midden van het bord blijven twee rijen vrij van damschijven.

Begin met verplaatsen

Zodra alle schijven op het bord zijn geplaatst, kan het spel beginnen. De speler die met de lichte damschijven speelt, die begint. Een voor een verplaatsen de spelers de damschijven. Deze mogen schuin naar voren over het bord verzet worden. Alleen mogen ze maar een vak verplaatsen. Verder moeten ze op de donkere vakken blijven. Het is niet de bedoeling een schijf op een licht vlak te zetten. Om te verplaatsen moet er een vrij donker vlak schuin voor de damschijf liggen. Het is niet de bedoeling een damschijf over je eigen damschijf heen te zetten.

Sla de tegenstander

Wel mag je jouw damschijf over een damschijf van de tegenstander heen verplaatsen. In dat geval sla je de tegenstander. Wanneer je deze mogelijkheid hebt, dan is het zelfs verplicht deze slag te slaan. Dat komt voor als een donkere schijf achter de witte schijf ligt en het vak achter de lichte schijf vrij is. Dan kan de donkere schijf over de lichte schijf verplaatst worden. De speler zet dan zijn schijf op het vrije vak en neemt vervolgens de lichte schijf in beslag.

Doorspelen na slaan

Het slaan biedt meerdere voordelen. Als speler heb je dus een damschijf van je tegenstander kunnen pakken. Jouw damschijf is weer verder op het bord en je bent nog een keer aan de beurt. Wanneer een speler slaat, dan moet de andere speler een beurt overslaan. Het is zelfs mogelijk meerdere keren te slaan in een beurt. Hierbij mag je zelfs weer achteruit bewegen. Zolang de schijf maar beweegt over de donkere vlakken en het houdt bij hoeken van 90 graden.

De dam op de basislijn

Bereikt een van de damschijven van de speler de basislijn van de tegenstander, dan mag er een schijf op de damschijf gezet worden. Deze stapel van twee damschijven wordt een dam genoemd. De basislijn is namelijk ook wel bekend als de damlijn. Met deze dam heeft de speler nog meer mogelijkheden. Met een dam kan je een schijf die verder weg op het bord staat ook diagonaal slaan. De dam kan dus veel vrijer bewegen dan een normale damschijf.

Speel alle damschijven weg

Met een dam heeft de speler dus meer kans alle damschijven van de tegenstander weg te spelen. Maar een goede tegenstander zal snel genoeg ook een dam of meer dammen hebben. De speler die alle damschijven inclusief dammen van de tegenstander heeft weggespeeld, wint uiteindelijk de partij.