Voor velen staat dammen bekend als het bordspel. Bijna ieder gezin heeft wel een variatie van dit spel in huis. Het bord beschikt over 100 vakjes die verdeeld zijn onder de 10 rijen van 10. De vakjes zijn om en om licht en donker gekleurd. Bovenop de vakjes worden de damschijven geplaatst. Bij dammen wordt gespeeld met deze ronde damschijven. In totaal zijn het 40 damschijven waarvan 20 stuks een donkere kleur hebben en 20 stuks een lichte kleur hebben.

Navigeer:

  1. Inleiding
  2. Aantal Spelers
  3. Begin met verplaatsen
  4. Slaan van de tegenstander
  5. Dam op de basislijn
  6. Dam Varianten
  7. Andere Spelregels
  8. De velden en schijven
  9. Combineren van Regels
  10. Lange of Korte Dam
  11. Remise bij dammen
  12. Veelgestelde vragen

Inleiding damregels

Dammen is een relatief eenvoudig spel en daardoor ook geschikt voor kinderen. Desondanks hebben wij toch de regels nog even voor jullie genoteerd. Allereerst is het handig om te weten dat je dammen uitsluitend met twee personen kan spelen. Beide spelers hebben één kleur, wit of zwart. Je moet de stenen op de onderste rijen plaatsen, maar alleen op de donkere vakjes. De middelste rijen blijven open. De speler met de witten stenen mag het spel starten.

Je mag de stenen bij iedere beurt slechts één plaatsje verschijnen, namelijk schuin naar voren. Je mag zelf kiezen of je de steen naar links of naar rechts verschuift. Vanzelfsprekend mag de steen het bord niet verlaten. Het vakje waarop je de steen plaatst moet ook vrij zijn. Alleen de donkere vakjes zijn in gebruik, dus je kan een steen niet verplaatsen naar een licht vakje. Schuiven mag alleen als je niet de kans krijgt om de tegenstander te slaan.

Als je de tegenstander kan slaan dan is dat ook direct verplicht. De steen van de opponent moet naast een steen van jezelf staan en het vakje achter de steen van de tegenstander moet vrij zijn. Speel je online tegen de computer dan zal dit automatisch worden aangegeven. Slaan mag vooruit en ook achteruit. Normaliter mag je geen steen achteruit verplaatsen, maar dus wel als je kan slaan.

Het kan ook voorkomen dat je meer dan één steen kan slaan in een enkele beurt. Dit is verplicht en een meerslag gaat altijd voor op een enkele slag. De vakjes achter de stenen van de tegenstander moeten open zijn, maar dat is logisch. Kan je op twee manieren een meerslag doen met eenzelfde uitkomst, dan mag je zelf beslissen welke meerslag je voltooid.

Daarnaast is het handig om te weten dat je een dam kan halen door de achterste rij van de tegenstander te bereiken met één van jouw stenen. Er zal een extra steen op de enkele steen worden geplaatst, waardoor deze groter zal worden. Een dam kan zich sneller verplaatsen, namelijk meer dan één positie per beurt. Spelers met een dam hebben een hogere winstkans. Je mag met een dam diagonaal zetten naar iedere vrije positie op het spelbord.

Als jij geen zetten meer kan doen of al jouw stukken van het spelbord zijn verdwenen dan heb je verloren. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de tegenstander. Het is mogelijk om vroegtijdig de handdoek in de ring te gooien.

Aantal Spelers

Net zoals bij schaken zijn er twee spelers nodig om te dammen. Deze spelers horen tegenover elkaar te zitten, met in het midden het dambord. De ene speler speelt met de lichte schijven en de andere met de donkere stukken. Alle schijven worden op een donker vakje geplaatst. De spelers verdelen hun schijven over de vakken, maar in het midden van het bord blijven twee rijen vrij van damschijven.

Begin met verplaatsen

Zodra alle schijven op het bord zijn geplaatst, kan het spel beginnen. De speler die met de lichte damschijven speelt, die begint. Een voor een verplaatsen de spelers de damschijven. Deze mogen schuin naar voren over het bord verzet worden. Alleen mogen ze maar een vak verplaatsen. Verder moeten ze op de donkere vakken blijven. Het is niet de bedoeling een schijf op een licht vlak te zetten. Om te verplaatsen moet er een vrij donker vlak schuin voor de damschijf liggen. Het is niet de bedoeling een damschijf over je eigen damschijf heen te zetten.

Slaan van de tegenstander

Wel mag je jouw damschijf over een damschijf van de tegenstander heen verplaatsen. In dat geval sla je de tegenstander. Wanneer je deze mogelijkheid hebt, dan is het zelfs verplicht deze slag te slaan. Dat komt voor als een donkere schijf achter de witte schijf ligt en het vak achter de lichte schijf vrij is. Dan kan de donkere schijf over de lichte schijf verplaatst worden. De speler zet dan zijn schijf op het vrije vak en neemt vervolgens de lichte schijf in beslag.

Doorspelen na slaan

Het slaan biedt meerdere voordelen. Als speler heb je dus een damschijf van je tegenstander kunnen pakken. Jouw damschijf is weer verder op het bord en je bent nog een keer aan de beurt. Wanneer een speler slaat, dan moet de andere speler een beurt overslaan. Het is zelfs mogelijk meerdere keren te slaan in een beurt. Hierbij mag je zelfs weer achteruit bewegen. Zolang de schijf maar beweegt over de donkere vlakken en het houdt bij hoeken van 90 graden.

Dam op de Basislijn

Bereikt een van de damschijven van de speler de basislijn van de tegenstander, dan mag er een schijf op de damschijf gezet worden. Deze stapel van twee damschijven wordt een dam genoemd. De basislijn is namelijk ook wel bekend als de damlijn. Met deze dam heeft de speler nog meer mogelijkheden. Met een dam kan je een schijf die verder weg op het bord staat ook diagonaal slaan. De dam kan dus veel vrijer bewegen dan een normale damschijf.

Speel alle damschijven weg

Met een dam heeft de speler dus meer kans alle damschijven van de tegenstander weg te spelen. Maar een goede tegenstander zal snel genoeg ook een dam of meer dammen hebben. De speler die alle damschijven inclusief dammen van de tegenstander heeft weggespeeld, wint uiteindelijk de partij.

Dammen Varianten

Hoewel voor veel het standaarddamspel bekend is met het bord van 100 velden en 40 stenen, is dat niet de enige uitvoering. Er bestaan namelijk meerdere varianten, allemaal afkomstig uit verschillende landstreken. Het spel dat we allemaal kennen is de Poolse versie. Daarnaast bestaat ook de Engelse uitvoering. Deze staat bekend als ‘Checkers’ of de Engelse Draughts. De Amerikanen hebben het spel ook overgenomen met de term checkers, maar dan pool-checkers. Andere landen die hun variatie hebben gemaakt zijn onder meer de landen Brazilië, Spanje. Rusland, Tsjechië en zelfs Aziatische landen als Maleisië en Thailand.

Andere Spelregels

De variaties verschillen niet alleen in taal. Veel gebruiken een ander type bord met een andere hoeveelheid velden en gebruiken daar weer een ander aantal damschijven bij. Afhankelijk van het aantal velden worden het aantal damschijven bepaald. Al zijn daar ook weer verschillen in. Verder hebben ook veel landen andere spelregels toegepast. Zo mag bij het ene spel wel achteruit geslagen worden en bij het andere speltype niet. Bij het ene spel zijn wel meerslagen mogelijk en de andere niet. We kennen allemaal wel de confrontatie tijdens een spel, spelers kennen andere spelregels. Vaak wordt dan aan het begin of gedurende het spel besloten welke regels aangehouden worden.

Combineren van regels

In geval van dammen is dus de keuze uit welke type dammen. Mogelijk is er een bord beschikbaar van 200 velden met 40 damschijven, maar wilt men liever de regels aanhouden van het Engelse Checkers. Een vreemde combinatie voor de ervaren dammer, maar het kan wel. Alleen zijn regels er natuurlijk niet voor niets. Om onduidelijkheid te voorkomen, kies je een variantie en worden ook de bijbehorende regels aangehouden.

De velden en schijven

Het type spel is te herkennen aan het bord. De Poolse (standaard), de Turkse en Friese variatie hebben een bord van 10 bij 10 velden met 20 damschijven per speler. Er is ook een Turkse uitvoering van 8 bij 8 velden, waarbij 16 damschijven per speler gebruikt worden. Andere versies met 8 bij 8 velden gebruiken 12 damschijven per speler, zoals de Engelse, Amerikaanse, Portugese, Spaanse, Italiaanse, Russische, Tsjechische en Thaise versies. In de Kroatische versie speelt iedere speler met 24 damschijven. De Canadese versie heeft het grootste bord van 12 bij 12 velden, waarbij iedere speler met 30 damschijven speelt.

Lange of Korte Dam en de achterlijn

Naast achteruit slaan en de meerslag hebben de varianten ook eigen regels voor de dam. De een gebruikt de lange dam die over het hele bord kan verplaatsen, het andere spel heeft de korte dam die zowel vooruit als achteruit korte stappen mag zetten zoals de normale schijf. Ook past niet ieder spel de damslag toe. Dat houdt in dat de dam altijd gebruikt moet worden, ook als een normale schijf gebruikt kan worden. Ook geldt niet bij ieder spel dat de slag eindigt bij de achterlijn. Wanneer achteruit slaan nog mogelijk is, dan moet de speler die kans bij sommige uitvoeringen pakken. Maar dat betekent dus dat er geen dam gemaakt wordt.

De meeste online spellen bieden het standaard damspel aan. Dat is de Poolse versie waarbij achteruit slaan toegestaan wordt. Er wordt gebruik gemaakt van een lange dam. Meerslag mag gedaan worden, maar geen damslag. Als je slaat via de achterlijn, dan loop je een dam mis en moet je de volgende ronde afwachten.

Remise bij dammen

Het kan ook voorkomen dat een duel in een remise eindigt, oftewel een gelijkspel. Beide spelers hebben geen kans meer om te winnen en doorspelen heeft geen zin meer. Er zijn enkele regels opgesteld in het geval van een remise.

– Beide spelers moeten minimaal 40 zetten hebben gedaan en gezamenlijk tot de beslissing komen dat het gelijk is geëindigd
– Nadat beide spelers 16 zetten hebben gedaan (3 tegen 1 stenen, inclusief een dam)
– Na 25 zetten (2x) zonder een slag of verschuiving
– Na drie keer een identieke stand op het spelbord, waarbij één en dezelfde speler aan de beurt is

Veelgestelde vragen bij dammen

Wie start de wedstrijd?
De wedstrijd zal worden gestart door de speler die met de witte stenen speelt. De uitdrukking ‘wit begint, zwart wint’ is dan ook erg bekend.

Ik raak de schijf aan, mag ik dan nog terug?
Nee, zodra jij een steen (schijf) aanraakt dan moet je de zet ook afronden. Het is niet mogelijk om de steen aan te raken en dan toch een andere zet te doen. Echter is er een uitzondering. Je mag een steen recht leggen zonder consequenties, maar dan moet je dat wel even van te voren melden aan de opponent.

Ik kan slaan, moet dat dan ook?
Ja, zodra je een steen van de tegenstander kan slaan dan is dat verplicht. Het is dan ook één van de grootste verschillen met schaken, waarbij het niet verplicht is om een tegenstander te slaan.

Mijn opponent kon slaan en deed dat niet, wat nu?
De regels gelden voor beide spelers, maar het kan voorkomen dat de tegenstander vergeet om te slaan. Niet handig, want dan mag jij beslissen wat de consequenties daarvan zijn. De tegenstander kan zijn eerdere zet terugdraaien en alsnog slaan of je laat het spel gewoon doorgaan. Bekijk eerst even rustig welke situatie voor jezelf het beste kan uitpakken.

Achteruit slaan, mag dat wel?
Ja, als je kan slaan dan mag dat vooruit en achteruit.